architectuur, kunst, Antwerpen noord, woning

Beschrijving van de locatie

 

Deze woning stond te koop aangeboden en past qua beschrijving perfect bij het werk van Hans Op Beeck. MEMA heeft deze meergezinswoning aangekocht. Elke verdieping van het gebouw is een appartement. Het gelijkvloers appartement heeft een kleine typische verharde stads koer uitkijkend op betonnen scheidingswanden en een grote hal die het volledige binnengebied van het bouwblok inneemt. Een trap neemt de bewoners mee naar de andere verdiepingen. Op elke verdieping is een klein appartement met één slaapkamer uitkijkend over de aaneenschakeling van koterijen van het binnen gebied.

 

axometrie, architectuur, kunst, Hans op de Beeck, Antwerpen Noord

Deze locatie maakt een bypass met de achterliggende hangaar richting het plein ‘burgerwelzijn’. 

 

Op de begane grond waar oorspronkelijk een slaapkamer was, komt de museum balie en in de vroegere slaapkamer en badkamer wordt plaats gemaakt voor een wisselcollectie. Een vide verbindt de ruimte voor de wisselcollectie met de bovengelegen studio. In de studio is een artist in residence. De kunstenaar die daar verblijft heeft de mogelijkheid om zijn kunstwerken in die ruimte tentoon te stellen. De artist in residence heeft een raam dat uitkijkt over de stadskoer. Bezoekers worden geleidt via de trap om het tafereel via het raam te aanschouwen.

 

De koer op het gelijkvloers wordt overkapt met matglazen platen zodat hetzelfde licht gecreëerd wordt zoals bij de werken van Hans op de Beeck. De groene tegels die in de woning tegen de muur vormgegeven zijn gaan in de koer over in de vloer. Het dak heeft een stalen constructie en regenwater komt op een gecontroleerde wijze de koer binnen. 

Afbeelding, Hans Op de Beeck, Antwerpen noord

Hans Op de Beeck heeft een duidelijke beschrijving van de locatie voor zijn kunstwerk: ‘Een trap leidt de toeschouwer naar een kleine studio, met een kitchenette, een oude bank, een bed. In elk detail ademt de ruimte eenzaamheid uit. Vanuit deze kamer kijkt de bezoeker ‘s nachts door het enige venster van de kleine flat naar een kleine stadstuin, omzoomd door een betonnen hekwerk. Het thema is gerelateerd aan mijn jeugd. Ik ben opgegroeid in een bescheiden huis met een kleine, onveranderlijke tuin: een rechthoek stuk gras met twee beuken en een volière. Aan de voorkant van de tuin zitten restjes van een tuinfeest: klaptafels bezaaid met lege borden, glazen bier en wijnflessen, vuilniszakken en een barbecue. Aan de achterkant van deze stadstuin is een fontein. Het geheel lijkt op een klein, rustig paradijs dat door menselijke handen onhandig is geënsceneerd.’ Het huis heeft veel dezelfde eigenschappen als in de tekst: een trap naar boven, een klein appartement met zicht op een typische stads koer. 

 

Zowel Léon Spilliart als Hans Op de Beeck suggereren een leegte van iets wat we  in ons geheugen hebben als levendig en aantrekkelijk.

plattegrond, architectuur